Internationalisering Hoger Onderwijs

Last Updated on January 5, 2021

Deze richtlijn is ingevoerd op 11 mei 2016 door het Europese Parlement en de Raad betreffende de voorwaarden voor toegang en verblijf van derdelanders met het oog op onderzoek, studie, stages, vrijwilligerswerk, scholierenuitwisselingen, educatieve projecten of au-pairactiviteiten. De invoering is noodzakelijk volgens de Raad omdat het zorgen moet voor meer transparantie en rechtszekerheid en een samenhangend rechtskader moet bieden voor diverse categorieën van derdelanders die naar de EU komen.

Er zal een aanpassing van nationale wetgeving komen inzake de voorwaarden voor toegang en verblijf van derdelanders. Mede door immigratie van buiten de EU kan de EU de beschikking krijgen over hooggekwalificeerde personen, en met name studenten en onderzoekers uit niet-EU landen worden steeds vaker gevraagd. Deze personen spelen een belangrijke rol bij de formering van het menselijk kapitaal van de EU en daarmee de totstandbrenging  van slimme, duurzame en inclusieve groei, waardoor zij bijdragen tot de verwezenlijking van de doelstellingen van de Europa 2020-strategie.

Deze richtlijn geeft verheldering over:

  • Maatregelen op het gebied van asiel en immigratie
  • Bescherming van de rechten van derdelanders
  • Contacten tussen mensen en mobiliteit
  • Stimuleren van belangrijke elementen van het externe beleid van de EU; vooral landen van het Europees nabuurschapsbeleid en de strategische partners van de Unie
  • Culturele diversiteit

Europese Onderzoeksruimte

Het openstellen van de Unie voor derdelanders om in de Unie onderzoek te verrichten maakt ook deel uit van het vlaggenschipinitiatief Innovatie-Unie. De totstandbrenging van een open arbeidsmarkt voor onderzoekers uit de Unie en uit niet-EU landen is tevens aangemerkt als belangrijk doel van de Europese Onderzoeksruimte, een eengemaakte ruimte met vrij verkeer van onderzoekers, wetenschappelijke kennis en technologie.

De toelating van derdelanders die een aanvraag indienen met het oog op het verrichten van een onderzoeksactiviteit moet worden vergemakkelijkt door middel van een toelatingsprocedure die los staat van hun rechtsbetrekking met de onderzoeksinstelling waar zij te gast zijn, en waarbij niet langer behalve een vergunning ook een werkvergunning vereist is. Deze procedure dient gebaseerd te zijn op de samenwerking tussen onderzoeksinstellingen en de bevoegde nationale immigratie-instanties. Om de toegang van derdelanders die een aanvraag indienen te vergemakkelijken en versnellen, dienen onderzoeksinstellingen een sleutelrol in de toelatingsprocedure toebedeeld te krijgen. Dit moet wel zonder dat de bevoegdheden van de lidstaten op het gebied van het vreemdelingenbeleid worden aangetast. Onderzoeksinstellingen, die de lidstaten vooraf dienen te kunnen erkennen, moeten met derdelanders ofwel een gastovereenkomst of een contract te kunnen sluiten voor het uitvoeren van een onderzoeksactiviteit. Indien de voorwaarden voor toegang en verblijf is voldaan, dienen de lidstaten vervolgens op basis van deze overeenkomst een vergunning te verstrekken.

Om de Unie aantrekkelijker te maken voor derdelanders doe om de Unie onderzoeksactiviteit willen verrichten, dienen hun gezinsleden de mogelijkheid te krijgen hen te vergezellen en in aanmerking te komen voor de bepalingen inzake mobiliteit binnen de EU. Deze gezinsleden dienen toegang te hebben tot de arbeidsmarkt.

Internationalisering Hoger Onderwijs

Om van Europa een wereldcentrum voor onderwijs en beroepsopleiding van topkwaliteit te maken, dienen de voorwaarden voor toegang en verblijf van personen die met deze doeleinden naar Europa komen, verbeterd en vereenvoudigd te worden. Dit is in overeenstemming met de doelstellingen omtrent de modernisering van de Europese hogeronderwijssystemen, met name in de context van de internationalisering van het hoger onderwijs in Europa. De harmonisatie van de desbetreffende wetgevingen van de lidstaten maakt daar deel van uit. De Raad heeft het begrip “Hoger onderwijs” nader toegelicht en aangegeven dat hieronder alle tertiaire instellingen vallen. Universiteiten, universiteiten voor toegepaste wetenschap, technologische instituten, grandes écoles, business schools, ingenieursopleidingen, technische universiteiten, hogescholen, instellingen voor hoger beroepsonderwijs, polytechnische instituten en academies kunnen onder te term vallen.

Doelstellingen van het Europees vrijwilligerswerk voor de ontwikkeling van solidariteit, wederzijds begrip en verdraagzaamheid onder jonge mensen en de samenlevingen waarin zij leven, worden ondersteund en tegelijkertijd wordt de sociale cohesie en het actief burgerschap van jonge mensen bevorderd. Om de toegang tot het Europees vrijwilligerswerk op consistente wijze in de hele Unie te waarborgen, dienen de lidstaten de bepalingen van deze richtlijn toe te passen op derdelanders die met het oog op Europees vrijwilligerswerk een aanvraag indienen.

Voortgang

De Raad van de EU heeft in juni 2020 conclusies aangenomen over Europese leraren en trainers voor de toekomst. In de conclusies wordt onder andere gesteld dat ‘te weinig aandacht wordt besteed aan de ondersteuning voor interinstitutionele personeelsontwikkeling, inclusief internationale onderwijsmobiliteit, maar ook aan het opbouwen van praktijkgemeenschappen en professionele netwerken’.

De Euronest parlementaire vergadering, bestaande uit leden van het Europees Parlement en de nationale parlementen van Oekraïne, Moldavië, Armenië, Azerbeidzjan en Georgië, heeft in april 2020 een resolutie aangenomen betreft innovatie en kansen in het onderwijs. De resolutie dringt aan op de mogelijkheid voor leraren van het Oostelijk Partnerschap om via Erasmus+ praktische ervaring op te doen door in EU-scholen aan mobiliteitsregelingen deel te nemen.

Noorwegen heeft ingezet op meer rechten voor uitwisselingsstudenten. Het land heeft in april 2020 een nieuw regelgevend kader ingevoerd voor uitwisselingsorganisaties, om de kwaliteit van de gasthuizen, de veiligheid en de ondersteuning van leerlingen te waarborgen. Dit nieuwe kader moet meer jongeren inspireren tot uitwisselingen en studenten helpen hun ervaring ten volle te benutten.

Door de komst van buitenlandse studenten zijn opleidingen met een numerus fixus minder toegankelijk geworden voor Nederlandse studenten, vooral voor vrouwen, niet-westerse migranten en studenten met weinig geld. Dat schrijft de Onderwijsinspectie in december 2019. Het is echter niet duidelijk of dit echt alleen maar is toe te schrijven aan de toestroom van internationale studenten of dat er meer oorzaken zijn, bijvoorbeeld zelfselectie.

This site uses cookies to offer you a better browsing experience. By browsing this website, you agree to our use of cookies.