Last Updated on January 5, 2021
De EU-richtlijn 2016/801 omvat regels voor de toelating van studenten, onderzoekers, stagiairs, au pairs en vrijwilligers uit landen van buiten de Europese Unie. De richtlijn is bedoeld om tekortkomingen in eerdere Richtlijnen 2004/114/EG en 2005/71/EG te verhelpen. De Europese Commissie heeft in 2011 onderzoek gedaan naar hoe deze richtlijnen werden toegepast en welke uitwerking deze in de praktijk hadden. De Commissie constateerde grote verschillen. De nieuwe richtlijn beoogt de bestaande bepalingen te vereenvoudigen, te stroomlijnen en samen te brengen in één instrument.
In beginsel bepaalt elke lidstaat zijn eigen immigratiebeleid en de voorwaarden om er te verblijven en werken. Voor specifieke groepen, zoals studenten, onderzoekers en stagiairs worden de regels echter op Europees niveau geharmoniseerd. Deze harmonisatie moet het voor onderdanen van landen buiten de EU aantrekkelijker maken om naar de EU te komen voor een studie of onbezoldigde opleiding.
De belangrijkste punten van de richtlijn zijn:
- Studenten en onderzoekers van buiten de EU mogen tenminste nog 9 maanden blijven in de lidstaat na het afronden van hun studie en/of onderzoek. Dit met het doel werk te vinden of om een bedrijf op te zetten. Op deze manier kan Europa optimaal profiteren van hun vaardigheden.
- Het wordt makkelijker voor studenten en onderzoekers van buiten de EU om zich te bewegen tussen lidstaten. Men hoeft alleen de lidstaat waar zij naar toe verhuizen op de hoogte te brengen van hun komst. Het is niet langer nodig om een visum aan te vragen bij elke individuele lidstaat.
- Onderzoekers hebben het recht hun familie mee te nemen naar een lidstaat en het recht om met hun familie te verhuizen naar een andere lidstaat. Ook de familieleden mogen werken tijdens hun verblijf in de EU.
- Studenten mogen minstens 15 uur per week te werken.
Voortgang
De richtlijn is op 21 mei 2016 gepubliceerd en op 22 mei 2016 in werking getreden. De richtlijn is in mei 2018 omgezet in nationale regelgeving.
